2026-01-08 15:04:00
-
Flip Linssen
redacteur Nieuwsuur
-

Jelle de Gee
verslaggever Nieuwsuur
-
Flip Linssen
redacteur Nieuwsuur
-

Jelle de Gee
verslaggever Nieuwsuur
In de afgelopen vijf jaar is het aantal medewerkers op middelbare scholen die ondersteuning bieden aan leerlingen met mentale klachten fors gestegen. Deze medewerkers zijn hard nodig, maar vanwege het wegvallen van financiering staat de zorg die zij bieden onder druk. De VO-raad, de koepelorganisatie van middelbare scholen, is bang dat veel hulp zal verdwijnen, terwijl de zorgvraag alleen maar toeneemt.
Een paar jaar geleden had het Segbroek College in Den Haag nog één fulltime zorgmedewerker in dienst. Inmiddels zijn dat er drie. Zij helpen leerlingen met allerlei problemen die niet onder schoolwerk vallen. Ze zien bijvoorbeeld leerlingen die last hebben van eenzaamheid, stress door prestatiedruk of depressieve gevoelens.
De toename op de Haagse school is terug te zien in de landelijke cijfers. Waar in 2019 nog 636 fulltime banen werden besteed aan ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld faalangsttraining, psychologische hulp en therapie, waren dat er in 2024 1169. Een stijging van 84 procent.
Wegvallen financiering
Het gaat dan om medewerkers die scholen zelf betalen. Dat gebeurde de laatste jaren voornamelijk uit NPO-gelden (Nationaal Programma Onderwijs), een overheidspotje dat is opgezet tijdens de coronapandemie om achterstanden in te halen en leerlingen te ondersteunen. Maar dat programma is inmiddels afgelopen.
Sinds 2015 valt jeugdzorg onder de gemeentelijke taken, dus de verantwoordelijkheid om scholen hierbij te helpen ligt bij hen. Maar gemeenten kunnen het gat dat is ontstaan met het wegvallen van de NPO-gelden niet dichten, zegt Nathalie Kramers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). “Wij kunnen dat financieel niet waarmaken.” Volgens de VNG krijgen gemeenten al jaren te weinig geld van het Rijk voor de jeugdzorg.
Ongelukkiger
De mentale gezondheid van jongeren staat al langer onder druk. Vorige maand sprak het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) van een “zorgelijke verslechtering” van de mentale gezondheid van jongeren die al vóór de coronapandemie is ingezet.
“Al jarenlang is zichtbaar dat leerlingen in het voortgezet onderwijs een steeds hogere zorgvraag hebben”, zegt ook Henk Hagoort, voorzitter van de VO-raad. Hij denkt dat met het verdwijnen van het NPO-budget veel extra taken weer bij de leraren komen te liggen. “De druk op scholen neemt dan alleen maar toe.”
Anna zit in 4-havo op de Haagse school, maar had al een jaar verder kunnen zijn. Ze heeft concentratieproblemen en kan het vaak niet bijbenen:

Anna heeft concentratieproblemen: ‘Het is eigenlijk gewoon een teringzooi in je hoofd’
Schoolbesturen, koepels waar middelbare scholen onder vallen, zien ook het belang van zorgmedewerkers, maar benadrukken dat scholen er niet op zijn toegerust om complexe psychische problemen van leerlingen op te lossen. “Bij de jeugdhulp wordt misschien gedacht dat een oplossing ligt bij het verminderen van prestatiedruk op school, maar stevige problemen komen daar vaak niet uit voort”, zegt een bestuurder in Utrecht.
“Scholen zijn geen zorginstellingen”, voegt een Rotterdamse schoolbestuurder toe. “Voor complexe problematiek blijft specialistische jeugdhulp onmisbaar.”
Hulp in groepsverband
VO-raad-voorzitter Hagoort beaamt dit. Hij denkt dat scholen weliswaar een belangrijke rol spelen in het signaleren van problemen, maar noemt het ook “cruciaal” dat de jeugdzorg eerder kan inspringen. Hij pleit voor een betere samenwerking tussen het onderwijs en jeugdzorg waarbij kinderen in groepsverband worden geholpen.
“Een school kan bijvoorbeeld een leerling met faalangst doorverwijzen naar een individueel hulptraject, maar als meerdere leerlingen met hetzelfde probleem kampen, kan de jeugdzorg een groepspaanpak organiseren.”
Jeugdzorg Nederland ziet ook heil in deze groepsaanpak en zegt dat zowel scholen als gemeenten daaraan moeten bijdragen. De school zou bijvoorbeeld het gebouw beschikbaar kunnen stellen, maar zowel Jeugdzorg Nederland als Hagoort benadrukken dat er dan wel geld beschikbaar moet zijn om dit te faciliteren.
‘Losse potjes’
Kramers van de VNG roept Den Haag op om scholen structureel te ondersteunen met financiering, in plaats van met tijdelijke subsidies. “Er gaan veel losse potjes met tijdelijk geld naar het onderwijs. Wij zeggen: bundel dat en maak het structureel. Dan weet het onderwijs waar het aan toe is.”
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) herkent de zorg van scholen en gemeenten, maar zegt dat het aan gemeenten zelf is om het geld dat zij vanuit het Rijk krijgen te verdelen. Het ministerie kan ook niet beloven dat er meer geld vrijkomt voor deze ondersteuning dan nu is begroot, zegt een woordvoerder. “Daar is nu geen beleid voor, maar dat zou natuurlijk altijd kunnen veranderen.”







