2026-01-13 18:00:00
Beoordeeld door:
Kijk eens om je heen op een willekeurige dag. In de trein, op kantoor, zelfs op het schoolplein. Overal zie je brillen en lenzen. Het lijkt de normaalste zaak van de wereld, maar dat was het niet. Niet alleen ouderen, maar ook twintigers, studenten en zelfs basisschoolkinderen hebben steeds vaker een min-sterkte nodig. Is dat toeval? Volgens oogarts in opleiding en onderzoeker Sander Kneepkens van het Erasmus MC is het antwoord een duidelijke nee. De enorme toename van bijziendheid is een direct gevolg van hoe wij met z’n allen zijn gaan leven.
Wat de cijfers ons vertellen
Als onderzoeker duikt Kneepkens in enorme, langlopende studies waarin generaties Nederlanders met elkaar worden vergeleken. Door oogmetingen, leefstijl en omgevingsfactoren naast elkaar te leggen, wordt een scherp beeld zichtbaar. “Bij mensen die rond 1900 werden geboren, was ongeveer één op de vijf bijziend,” legt Kneepkens uit. “Bij de generatie geboren rond 2000 is dat inmiddels meer dan de helft.” Dit is geen typisch Nederlands probleem; het is een wereldwijde trend, vooral in stedelijke gebieden.
Hoe een oog ‘te lang’ wordt
Maar wat gebeurt er nu precies in je oog? Bijziendheid ontstaat wanneer de oogbol te lang wordt. Het licht dat binnenvalt, focust daardoor niet óp je netvlies, maar er net vóór. Het gevolg: alles in de verte wordt wazig. Volgens Kneepkens is die groei geen pech, maar een slimme, maar onhandige aanpassing van je oog. “Het oog groeit mee met het lichaam, vooral tijdens de kinder- en tienerjaren,” zegt hij. Die groei wordt sterk beïnvloed door waar het oog de hele dag naar kijkt. Constant focussen op iets dichtbij (een scherm, een boek) is voor het oog een signaal: ‘Aha, dichtbij kijken is blijkbaar heel belangrijk!’. Als reactie past het oog zich structureel aan door iets langer te groeien.
De rol van onze schermen
Natuurlijk bestond ‘dichtbijwerk’ vroeger ook al, in de vorm van lezen of handwerken. Het grote verschil, zo benadrukt Kneepkens, zit hem in de intensiteit en de duur. We houden onze telefoons en tablets vaak veel dichter bij onze ogen dan een boek. Bovendien zijn deze apparaten ontworpen om onze aandacht non-stop vast te houden, waardoor we urenlang turen zonder pauze. Onderzoek toont aan dat we tijdens schermtijd minder met onze ogen knipperen en onze blik minder verleggen, wat de belasting en het ‘groeisignaal’ voor het oog alleen maar versterkt.
Waarom kinderen extra kwetsbaar zijn
Bij kinderen is dit effect nog veel groter, simpelweg omdat hun ogen nog volop in ontwikkeling zijn. Hoe jonger een kind bijziend wordt, hoe groter de kans dat het uiteindelijk een hoge min-sterkte ontwikkelt. Dit is precies de reden dat oogartsen, net als de Wereldgezondheidsorganisatie, zo hameren op het beperken van schermtijd bij jonge kinderen. Het is een directe investering in de gezondheid van hun ogen voor de rest van hun leven.
Geen individueel probleem, maar een maatschappelijke verandering
Kneepkens vindt het belangrijk dat we bijziendheid niet zien als een persoonlijke fout of ‘pech’. “De leefomgeving is de afgelopen decennia gewoon drastisch veranderd,” stelt hij. We studeren langer, werken massaal binnen achter computers en brengen onze vrije tijd door met scrollen, streamen en appen. Het is dus geen verrassing dat dit een wereldwijd patroon is.
Wat deze kennis ons oplevert
Het goede nieuws? Dit inzicht geeft ons ook de sleutel tot de oplossing. Als bijziendheid zo sterk samenhangt met ons kijkgedrag, betekent dat ook dat we er zelf iets aan kunnen doen. De oplossing is geen radicale scherm-ban, maar het bewust inbouwen van afwisseling: momenten waarop je ogen even kunnen ontspannen en in de verte mogen turen.
In een volgend artikel duiken we dieper in op de allerbelangrijkste, beschermende factor die Kneepkens en andere onderzoekers steeds terugzien: de kracht van buitenzijn en daglicht.
Beoordeeld door:
Gezondheid
-
Esmee Groot Roessink, Sander Kneepkens
-
Canva







